Verantwoording VVN Verkeersexamen

Handelingsgericht

Verkeer is een doe-vak, het hoort handelingsgericht te zijn. Dat een kind het driehoekige voorrangsbord herkent als voorrangsbord is één ding, maar dat het kind daadwerkelijk voorrang verleent is een tweede. De essentie is daarom dat leerlingen de theorie makkelijk kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk.

Een echt praktijkvak

Verkeersonderwijs hoort niet alleen in de klas, maar ook daarbuiten. Het is dan wel belangrijk dat kinderen hun verkeerservaring in een veilige omgeving kunnen opdoen. Veilig Verkeer Nederland ondersteunt scholen en (verkeers)ouders bij het verbeteren van de verkeersveiligheid in de schoolomgeving.

VVN Leerplan voor verkeerseducatie in het basisonderwijs

Verkeerseducatie is onmisbaar voor kinderen die nog veel verkeerservaring moeten opdoen. Veilig Verkeer Nederland vindt dat dit in het basisonderwijs meer aandacht verdient. Daarom hebben wij het VVN Leerplan en een doorlopende leerlijn voor verkeerseducatie in het basisonderwijs ontwikkeld.

Het VVN Verkeersexamen sluit helemaal aan op de doorlopende leerlijn en toetst de leerdoelen die zijn geformuleerd voor groep 7 en 8.

VVN Verkeersexamen oefenen in de klas

Kerndoelen

Het VVN theoretisch Verkeersexamen sluit goed aan op het kerndoel 'Mens en samenleving' in het leergebied 'Oriëntatie op jezelf en de wereld':

  1. De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.
  2. De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde normen en waarden.

Het examen is tot stand gekomen in samenwerking met Cito en een examencommissie bestaande uit leerkrachten en verkeerskundigen. Hiermee waarborgen we dat alle examenvragen gevalideerd zijn. De vragen zijn ontwikkeld vanuit de leerdoelen en aan de hand van een toetsmatrijs. Hiermee willen we bereiken dat:

  • De vragen daadwerkelijk de leerdoelen toetsen uit de doorgaande leerlijn;
  • De vragen duidelijk en eenvoudig geformuleerd zijn vanuit een bepaalde rol (fietser, voetganger en passagier);
  • De vragen de verschillende domeinen toetsen (kennis, veiligheidsbewustzijn, houding en vaardigheden;
  • De verkeerssituaties in de vragen realistisch en herkenbaar zijn;
  • De omgeving van de vraag een mix is van de Nederlandse omgevingen;
  • De antwoordopties gelijkwaardig aan elkaar zijn;
  • De vraag en antwoordopties eenduidig te interpreteren zijn.

Papieren versus digitaal examen

Om te borgen dat het papieren en het digitale examen inhoudelijk zo gelijkwaardig mogelijk zijn, hebben we de examenvragen geselecteerd op: 

  • Gelijkwaardigheid van moeilijkheidsgraad tussen de examens;
  • Gelijkwaardigheid in verdeling over de rollen fietser, voetganger en passagier tussen de examens;
  • Gelijkwaardigheid in verdeling over de domeinen (kennis, houding, veiligheidsbewustzijn en vaardigheden) tussen de examens.

Ook de cesuur is gelijk van beide examens. Dit neemt niet weg dat er altijd verschillen in uitslag kunnen voorkomen op basis van persoonlijke voorkeuren voor toetsvorm bij de leerling en de hiermee gepaard gaande inzet en motivatie.